Historisch Zeelst

Laat een reactie achter




Bleekvelden

Op de hoek van de Vijverstraat lagen tot na de 2e wereldoorlog nog de bleekvelden van de linnenweverijen. Tot in de twintigste eeuw lagen hier ook de watervoorraden in vijvers. De weg naar ‘t Cobbeek,een oud gehucht in Zeelst, heette in 1832 nog de Valgaeterweg.
 

Video:



Borghoutspark – Kamp Zeelst

Het Borghoutspark is een door de duitsers in de oorlog gebouwd kamp voor op vliegveld Welschap gelegerde Duitse officieren. Het is zo gebouwd dat het uit de lucht op een woonwijk lijkt. Na de oorlog werd het een kamp voor Engelse officieren, toen die op hun beurt op Welschap gelegerd waren. De huizen zijn grotendeels in de oorspronkelijke staat.


Begin jaren tachtig komt het complex leeg te staan en worden de kavels bij inschrijving verkocht. Deze mooie woonwijk is een van de twee nog aanwezige aandenkens uit de oorlogsjaren in Veldhoven. (Het andere is het kanon op de brink in Zandoerle.)
 

Video:



Burgemeester Elsenpark

De cijnzen (belastingen) die aanvankelijk aan de abdij van Lorsch worden betaald, gaan na 1300 over aan het domkapittel van Luik, die dan het recht op cijns over de dertien hoeven bezit. De cijnzen van Meerveldhoven, Zeelst en Zesgehuchten moest in Zeelst worden betaald op de feestdag van St Maarten, 11 november.
Een cijns is een oude belastingvorm, die we vaak aantreffen in akten van vóór de Franse Tijd. Vaak gaat het daarbij om een soort grondrente of erfpacht. Cijnzen werden meestal betaald in natura. Betalingen in granen waren populair, maar ook zogenaamde cijnshoenderen of kapoenen (cijnshanen) worden in vele oude akten genoemd. Andere betalingen in natura zijn kannen wijn en olie (vooral voor de kerk).
Bij overdracht van grond en goed werden de cijnzen vermeld – naast andere belastingen – zodat de nieuwe eigenaar wist wat hij kocht en wat het opbracht.


Burgermeesterswoning

Het pand Kruisstraat 5. is in 1875 gebouwd door Jan Habraken, linnenfabrikant en burgemeester van Zeelst. Voor die tijd stond hier de pastorie. Het huidige pand heeft de uitstraling van een patricierswoning. De voorgevel heeft een doorgetrokken hardstenen sierdorpel. Onder aan de gevel zijn hardstenen platen bevestigd. Verder heeft het pand stucornamenten in de kroonlijst. Zeer bijzonder aan het pand is de sierrand op het dak. Deze is niet gemaakt van gietijzer maar van terracotta. Ze is daardoor dan ook kwetsbaar.

Kijkend naar de Heuvel/Blaarthemseweg zou je tot 1873 de toegang tot de laat-middeleeuwse kerk zien, die in 1874, na de bouw van de huidige kerk is afgebroken.



Citycentrum

Voetpad heemweg
Het voetpad naast de Heemweg, ligt op de plaats waar eeuwenlang de Polkestraat heeft gelegen. De twee lindebomen die zijn overgebleven uit voorbije tijden, stonden destijds precies voor de boerderij van Willeke Couwenberg. De lantaarnpaal die vroeger tussen de twee bomen stond, verlichtte in die tijd Vingerhoedspeike (Vingerhoedspaadje) tot aan de Kapelstraat.
 



De Gouden Appel

Tegenover weverij Habraken-de Wit lag café ‘de Gouden Appel’, nu ‘Manhattan’ geheten.
De Gouden Appel werd eerst uitgebaat door de van Nuenens, later was de familie Boogers generaties lang uitbater van het bekende café..



Echelkuil

Aan de Hagendorenseweg ligt links van de Kapelstraat-Zuid een klein parkeerterreintje. Het pleintje ligt wat dieper. Op de kadastrale kaart van 1832 staat hier een kleine poel ingetekend, met als eigenaar de gemeente Zeelst.
Hier is vroeger een ‘echelkuil’ geweest.

Video:



Grote lindeboom


Het Slot

De bouwstijl is verwant aan de Amsterdamse School (ca. 1910 – 1940). Deze stijl in de bouwkunst is een reactie op de zogenaamde neostijlen.
Kenmerkend zijn: het gebruik van veel baksteen en het toepassen van versieringen in de gevels, in baksteen of in gebeeldhouwd natuursteen. De vaak plastische gevels worden bekroond met steile daken. Het ontwerp van de villa is van Albert Valk, de broer van de bekende Bossche architect Hendrik Valk. De villa is een rijksmonument.



Heuvel

Op de plaats waar nu een rij huizen staat, lag vroeger de boerderij van Baetsen. Deze stamde uit de late middeleeuwen, de tijd dat Zeelst kerkelijk nog behoorde tot het bisdom Luik. Het Domkapittel in Luik bezat vanaf 1300 vele cijnsgoederen in de huidige gemeente Veldhoven. De cijnzen (belastingen) van Meerveldhoven, Zeelst en Zesgehuchten moesten in de hoeve van Baetsen in Zeelst worden betaald op 11 november, de feestdag van St Maarten.



Huize Selstadium

Aan Binnenweg 1 ligt Huize Selstadium, wat zoiets betekent als ‘woonstede in Zeelst’. Deze burgemeesterswoning stamt uit 1894 en is gebouwd door Antonius Janssens (zoon van Toon Janssens), burgemeester van Zeelst van 1892 – 1915. Huize Selstadium is een rijksmonument.



In den Engel

In 1870 woonde Toon Janssens hier. Hij had een café aan huis dat ‘In den Engel’ heette. Dit café speelt een belangrijke rol bij de oprichting van de Zeelster harmonie L’Union Fraternelle.



Karel de Stoute

Aan de heuvelstraat ligt een winkel waar in de 20e eeuw lange tijd een sigarenfabriek was gevestigd. De naam bovenaan de gevel is nog zichtbaar: SIGARENFABRIEK KAREL DE STOUTE. Op de plaats van de parkeerplaats er tegenover was vroeger de boerenbond gevestigd. Achterin werd iedere vrijdagmorgen eiermijn (eiermarkt) gehouden.



Karolingische boomstamput

Dat Zeelst al heel oud is, is onlangs bij bodemonderzoek weer gebleken. Voordat het nieuwe gezondheidscentrum in de Kruisstraat gebouwd werd, vond archeologisch onderzoek plaats. Archeologen vonden hier overblijfselen uit de Karolingische tijd. Ongeveer 750 na christus. Ze vonden de resten van een boomstamput. Een boomstamput is een waterput, die gemaakt is van holle boomstammen. Bovendien vonden ze sporen van een boerderij uit dezelfde tijd.

Audio:

Klooster zusters van Schijndel

1894: intrede van de zusters van de Schijndelse congregatie, in het Liefdesgesticht van Zeelst.
Tussen 1984 en 1991 zijn de gebouwen (het klooster, de meisjesschool en het gasthuis voor oude van dagen) afgebroken. Op die plek staat nu Huize Sele.

Tegenover Huize Sele staat het patronaat. Het huidige gebouw kende van 1933 tot 1944 een fraaie voorganger naar een ontwerp van architect J. Vervest. In de oorlog gebruikten de Duitsers het Patronaat als werkplaats. Begin september 1944, vlak voor de aftocht, werd het oude Patronaat opgeblazen.
 



Lambertuskerk

Daniel de Brouwer
De Polkestraat is nog om een andere reden van belang. In de eertse helft van de 18e eeuw begint Daniel de Brouwer, stichter van de Broeders Penitenten en van Huize Padua in Boekel, een “klooster” in de Polkestraat. In 1722 vertrekt hij met zijn twee medebroeders naar Handel bij Gemert. Broeders van huize Padua hebben hier in 1967 onderzoek naar gedaan.
 



Langevelboerderij

Video:



Mariakapel Zeelst

In 1919 heeft de Zeelster bevolking het beeld geschonken aan de zusters van het klooster ter gelegenheid van hun 25 jarig jubileum in Zeelst. Maria, Zoete Moeder van Den Bosch was patrones van het Liefdeshuis, zoals een klooster destijds genoemd werd.



Merovingisch grafveld

Aan de achterzijde van de city passage in het Burgemeester Elzenpark ligt een Merovingisch grafveld van grote betekenis. In de jaren vijftig van de vorige eeuw zijn hier opgravingen verricht.


Het grafveld dateert uit 600-700 na Christus. Er is waarschijnlijk een samenhang tussen dit grafveld en de schenking van grootgrondbezitter Gullint aan de abdij van Lorsch zo rond het jaar 770. Het ging daarbij om een schenking van 13 hoeven in Martfelde (Meerveldhoven) met een kerk, waarvan twee hoeven bij de kerk (Pietershoek) lagen.



Museum ‘t Oude Slot

Hertog van Brabant
Waar nu ‘t Oude Slot ligt, lag in de middeleeuwen het leengoed Valgaten. Het woord Valgaten wijst op een hek of afsluiting van een weide of akker. In 1203 koopt de hertog van Brabant de Kempen van de Heren van Gelre. Daarmee wordt Valgaten een leengoed van de hertog van Brabant. In het oudste bewaard gebleven cijnsboek van de hertog, dat van 1312 tot 1350, wordt Dirk van den Valgaat genoemd als leenman van het goed Valgaten. Tot 1511 blijft het goed in bezit van zijn familie.

Archeologisce vereniging
Onder leiding van Ton Vroomans is in de zestiger jaren begonnen met archeologisch onderzoek en renovatie van de boerderij. De archeologische vereniging ’t Oude Slot ontstond in die tijd. Het was, zeker in de jaren zestig tot tachtig, een betrokken en bevlogen groep, die diverse grootheden op het terrein van de archeologie en de volkenkunde heeft voortgebracht.
De vondsten, die bewaard worden in het museum, bevestigen de bouw en het bestaan van het slotje in de 2e helft van de 16e eeuw.

Collectie en exposities
In het museum bevindt zich de collectie Maas-Rooijakkers, een verzameling van oude werktuigen, gebruiksvoorwerpen en devotionalia. Een gedeelte van deze collectie, namelijk de volksprenten, is nu eigendom van het museum. Volksprenten, ook wel centsprenten genoemd, zijn eenvoudig drukwerk dat tussen 1700 en 1920 ter lering en vermaak op jaarmarkten, bedevaarten en aan de deur werd verkocht. Aan de hand van thema’s exposeert het museum regelmatig gedeelten uit beide collecties. Verder worden elke twee maanden wisselende tentoonstellingen gehouden. Museum ’t Oude Slot is de officiële trouwlocatie van de Gemeente Veldhoven.

Hemelrijken
Naar het museum pand loopt een pad dat vroeger bekend was als Bogaersstraat.
Waarschijnlijk genoemd naar de hoeve ten Bogharde, in de 10e en 11e eeuw een goed van de heren van Boxtel. Het pad heeft nu de naam Hemelrijken. Dat is mogelijk een verbastering van “hemerik” of “hammerik”. Dat betekent een partij hoger gelegen land in de bocht van een beek of een weg. Een andere verklaring voor de naam Hemelrijk is misschien een samenstelling van heem = grens en rike =
gebied. Maar ook een verklaring vanuit ham = inham, afgeperkt of omheind stuk grond, is mogelijk.

 



Plaggenput



Sigarenfabriek Duc George

Vroeger was de sigarenindustrie in Eindhoven heel belangrijk. Op het eind van de 19e eeuw werd de stad wel La ville fumée (de gerookte stad) genoemd. Er waren meer dan vijftien sigarenfabrieken, waaronder een paar heel grote als Karel I, Senator, en Aïda. Ook in de Kempen stonden de nodige sigarenfabrieken. In Duizel ,Agio, in Eersel (Henri Wintermans), in Valkenswaard (Willem II en Hofnar) en in Zeelst (Duc George en Velasques).
 



Sint Lucia

Aan de Heuvelstraat staan een aantal huizen die gebouwd werden door woningbouwvereniging ‘Sint Lucia’. ‘Sint Lucia’ werd in 1921 opgericht om te voorzien in de behoefte aan betaalbare huurwoningen voor de arbeiders.

De aanleg van water, gas en licht door woningbouwvereniging “Sint Lucia”, later overgegaan in Woningsticht Aert Swaens, beschrijft de overgang van putten, petroleumlampen en kolenkachels naar nieuwere vormen van voorzieningen zoals waterleiding, verlichting en kookgas.



Sint Willibrorduskerk

Deze neogotische kerk, naar een ontwerp van architect Weber, werd in 1873 in gebruik genomen. De torenspits werd in 1895 afgebroken en in 1907 weer opgebouwd. In 1952 vond er een grote verbouwing plaats waarbij de zijbeuken werden vergroot. In 2007 werd de kerk grondig gerenoveerd.

Neogothische Stijl
Neogothiek is een 19e-eeuwse stroming in de bouwkunst, geïnspireerd op de middeleeuwse gotiek. De neogotiek is een reactie op het classicisme.
Het is een soort ‘namaakgotiek’ waarbij opvalt, dat in de gotiek belangrijke constructieve elementen als spitsbogen en pinakels, vooral als versiering worden gebruikt. Reden waarom deze kerken nooit gewelven hadden, hoogstens imitatiegewelven van stro en stucwerk, waaraan de stijl een fraaie bijnaam dankt: stukadoorsgotiek.

Architekt Carl Weber
Architect van de kerk is Carl Weber(1820 –1908), ook de architect van vele andere neogotische kerken in Brabant zoals bijv Best, Nuenen, Valkenswaard. En koepelkerken als Lierop, Uden en Geldrop. Hij ontwerpt ook de pastorie, die is gebouwd met sloopmateriaal uit de vroegere kerk.

Renovatie
In de 1951 wordt het plan opgevat om de kerk te verbouwen. In oktober 1952 wordt de vernieuwde kerk in gebruikgenomen. In de devotiekapel worden vier gebrandschilderde ramen geplaatst van Pieter Wiegersma uit Deurne. Bij de renovatie in 2007, is tijdens het opknappen van de kruiswegstaties de signering ontdekt van de Antwerpse beeldhouwer Frans de Vriendt anno 1873.

Orgel
In de kerk werd in 1926 een orgel geplaatst van de bekende orgelbouwers Vermeulen uit Weert. Kenners vinden het een uitstekend pneumatisch orgel.

 



Trapjeshuis

Tiendaagse veldtocht
Tijdens de tiendaagse veldtocht in 1831 (afscheiding van België) verbleef kapitein Cannegieter van een Fries Regiment in het trapjeshuis. Hij heeft van de veldtocht een verslag gemaakt, dat bewaard is gebleven.
 



Villa’s familie Bazelmans

Het fraaie witte huis, Blaarthemseweg 24, is omstreeks 1925 gebouwd en was eigendom van de weduwe Bazelmans-Bucas. Nadien werd het bewoond door de familie Koppens.


Uit dezelfde tijd is villa ‘t Jekt, nu Rijksmonument, gebouwd door Frans Bazelmans, zoon van voornoemde weduwe. Er tegenover staat de villa van Jan Bazelmans, een andere zoon. Het pand is nu in gebruik door Severinus. Helaas is het pand ernaast, Rozenhof geheten, gesloopt.
 



Voormalig gemeentehuis Zeelst

Naast de kerk, nu parkeerterrein, stond het voormalig gemeentehuis, met brandspuithuisje en gevang. In 1844 samen gebouwd met een school.
Door de groei van de school verlaat de gemeente dit pand in 1874 en wordt het huis tegenover de school ingericht als gemeentehuis. Het gemeentehuis blijft dan op deze plek tot aan de opheffing van de gemeente Zeelst in 1921. Het mooie gebouw wordt in 1955 gesloopt.

Video:



Voormalig postkantoor

De naam Broekweg is vernoemd naar ‘het broek’ aan de overzijde van de Provincialeweg, waar Zeelst tot 1850 gemeenschappelijke broekgronden (laaggelegen gronden) had met Veldhoven-Meerveldhoven en Gestel.



Voormalige pastorie

Video:



Weverij Habraken-de Wit

Op de hoek Kruisstraat/Heuvel stond in 1832 (tot in de tachtiger jaren van de vorige eeuw)
het enige huis in de categorie buitenklasse in Zeelst. Het was van Gerardus de Wit, linnenreder en eerste burgemeester van Zeelst. Gerardus stond aan de basis van weverij Habraken – de Wit, die heeft bestaan tot 1967. Het linnen werd op natuurlijk wijze gebleekt, op de bleekweiden aan de hoek Vijverstraat/ Kruisstraat.



Zeelst

Tot 1921 was Zeelst (Zilst) een zelfstandige gemeente in Noord-Brabant. Zeelst bestond al in de tijd van Karel de Grote. Voor de naam Zeelst is geen eenduidige verklaring te geven. De een zegt dat Zeelst komt van Sele of Sale, wat zaal betekent. Anderen zeggen dat het van Sil afkomt. Dat betekent wilg, een boom. Het zou ook nog afkomstig kunnen zijn van het Latijnse woord sella, wat zoiets betekent als de ambtszetel van een belangrijk bestuurder.

Video:

Zilstermolen

Prinsenmolen
In 1379 is in de Bossche protocollen al sprake van een molen in Zeelst. De oude molen was van de heren van Cranendonck en is later overgegaan naar de Oranjes, vandaar de naam Prinsenmolen. In 1888 is de molen verkocht en verplaatst naar Mierlo-Hout waar hij tot 1937 dienst heeft gedaan.

De huidige molen aan de Kapelstraat is een beltmolen of bergmolen. de molen is gebouwd op een heuvel, de zogenaamde molenbelt. In de heuvel is aan twee kanten een doorgang gemetseld, de invaart. Zo kan men met paard en wagen binnen rijden om te laden en lossen en er aan de andere kant weer uit.