Geschiedenis

De Middeleeuwen

Van de 4de tot en met de 7de eeuw is vrijwel geen informatie bekend over bewoning van delen van Veldhoven. Ook in plaatsen in de omgeving is die periode een duistere tijd. De eerste gegevens uit de vroege Middeleeuwen dateren uit de 7de eeuw. Vermoedelijk was Meerveldhoven, één van de latere parochies en dorpskernen van Veldhoven, een belangrijk centrum. In Meerveldhoven werd een rijk grafveld gevonden uit de Merovingische tijd (5de­-8ste eeuw), een periode die genoemd is naar de Frankische koning Merovech, die leefde in de 5de eeuw.

Abdij van Lorsch
Uit de Karolingische tijd, genoemd naar keizer Karel de Grote, dateren de oudste documenten die betrekking hebben op de parochie en een aantal hoeven in Meerveldhoven. Deze stukken behoren tot de oudste geschreven bronnen van Nederland. Uit die documenten komt naar voren dat Meerveldhoven een gebied was van de benedictijnenabdij van Lorsch. Lorsch ligt in Duitsland nabij de Rijn. De kerk van Meerveld­hoven en enkele hoeven waren geschonken door edellieden. Dit domein van de abdij van Lorsch ging verloren en kwam op den duur in handen van het kapittel van de Sint­Lambertuskathedraal in Luik. Het laat­middeleeuwse domein van dit Luikse domkapittel bleef bestaan tot in de 18de eeuw. De gebruikers van deze hoeven en landerijen betaalden jaarlijks aan het dom­ kapittel een cijns.-

De koningshal van de abdij van Lorsch is een van de belangrijkste Karolingische gebouwen in Duitsland. Deze abdij ontving geld uit bezittingen in Meerveldhoven, die in de 8ste eeuw geschonken waren door lokale edellieden 

Kerken
In de loop van de Late Middeleeuwen ontstonden in de dorpen Veldhoven, Zeelst en Oerle even­eens parochies, ieder met een eigen kerk. In de 13de eeuw kreeg de norbertijnenabdij van Postel de rechten in handen van de kerken van Oerle en Veldhoven. De priorij van Hooidonk, onder Nederwetten in de gemeente Nuenen, bezat de rechten van de kerk van Zeelst.

Schepenbank van Oerle
Juridisch behoorde het grondgebied van de dorpen Oerle, Veldhoven, Meerveldhoven en Zeelst in de 13de eeuw tot de schepenbank van Eersel. Deze omvatte vrijwel heel het zuidelijke gedeelte van het kwartier van Kempenland. Dit gebied viel onder het hertogdom Brabant. Aan het begin van de 14de eeuw werd de schepen­ bank van Eersel opgesplitst. Toen ontstond de zelfstandige schepenbank van Oerle. De bank van Oerle omvatte de dorpen Oerle, Veldhoven, Zeelst, Meerveldhoven, Blaarthem, Vessem, Knegsel en Wintelre. Oerle werd in de 14de eeuw een vrijheid, dat wil zeggen dat de bevolking dezelfde vrijheden kreeg als die van de stad Den Bosch. Daarmee werd Oerle echter nog geen stad met stadsrechten.

Op de foto bovenaan deze pagina staat het het zegel van de vrijheid van Oerle. Links van de boom op de zegel hangt het schild van de hertog van Brabant.

Deze 17e eeuwse boerderij annex herberg op Zandoerle heet de Dingbank, waar de schepenen van Oerle vergaderden. Toen er nog geen raadhuis was vergaderde men in een herberg of bij de kerk.

Hoeven van adellijke families
Uit deze periode zijn de vroegste schriftelijke gegevens bekend over de gehuchten en boerde­rijen in dit gebied. De belangrijkste boeren­bedrijven waren grote hoeven van adellijke families, vooraanstaande plaatselijke groot­ grondbezitters, de abdij van Postel en kerkelijke instellingen in Den Bosch, zoals het clarissenklooster.

Deze hoeve op het Heike, nabij Cobbeek en beter bekend als Clarissenhoeve, was in 1390 bezwaard met een erfpacht dat in bezit kwam van het Geefhuis in Den Bosch en werd uiteindelijk verkocht aan de Clarissen.

Overlast van oorlogen
In de 15de eeuw ondervond de bevolking veel overlast van oorlogen. De oorlogvoering was zodanig veranderd dat niet meer de adellijke heren en hun leenmannen tegenover elkaar stonden, maar huurlegers van machtige vorsten. Doortrekkende en plunderende soldaten teisterden de dorpen in Kempenland. Toch viel het in de 15de eeuw nog mee in vergelijking met de 16de eeuw, toen brandstichting, plundering en brandschatting door legers vrijwel aan de orde van de dag waren.

Lees verder in het volgende hoofdstuk Zelfstandige heerlijkheden